De Kardoen

DSC_0002De kardoen (Cynara cardunculus) is een distel die verwant is aan de artisjok (Cynara scolymus). De kardoen is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. De plant werd al vanaf de vierde eeuw v.Chr. door de Romeinen en de Grieken gegeten. In Zuid-Europa wordt de plant vandaag de dag nog steeds veel gegeten. De kardoen is in veel landen verwilderd en vormt dan een lastig onkruid. Hij komt verwilderd voor op de Argentijnse pampa’s, in Californië en Australië, waar hij door zijn aanpassing aan het droge klimaat goed gedijt.

Gebruik
Van de kardoen worden de bloemknoppen en vooral de vezelige bladstelen en middennerf gegeten. De beste bereidingswijze is blancheren, omdat dan veel van de smaak behouden blijft. Hij smaakt bitter en ook een beetje zoet; de smaak doet denken aan die van de artisjok. Vroeg geoogste planten zijn zoeter dan later geoogste planten, die bitterder smaken. Een deel van de plant kan ook gebruikt worden als stremsel voor vegetarische kazen.De kardoen kan in België en Nederland vanaf april onder glas worden gezaaid en vanaf mei in de volle grond. De bladsteel wordt een paar weken voor de oogst omwikkeld met zwarte folie om hem te bleken. De bloemen kunnen als snijbloem in een vaas worden gezet.